Top van Top Marketing Club in gesprek met auteurs Jaarboek

De NIMA Top Marketing Club is een bijzondere verzameling bedrijven en organisaties die zich vanwege het belang van marketing voor hun organisatie hebben aangesloten bij NIMA. Het programma voor deze bedrijven, of beter: hun marketingprofessionals, is heel divers. Van peer reviews voor bestuurders tot een mentorenprogramma voor young professionals in het marketingvak. Door in overleg te treden met marketeers in andere organisaties, profiteren ze van de kennis en ervaring die ze met elkaar kunnen uitwisselen over de grenzen van hun eigen bedrijf heen.

Smaakmakers
Een van de hoogtepunten van het ‘TMC-jaar’ vormen de twee diners die speciaal voor de marketingdirecteuren van de TMC worden georganiseerd en die doorgaans plaatsvinden rond een spraakmakende spreker en een gemoedelijk diner bij één van de aangesloten bedrijven. Bij eerdere edities verwelkomde het gezelschap onder meer Filip Roodhooft, professor Finance & Accounting bij Vlerick Business School. Ook sprak Huib van Bockel, voormalig CMO van Red Bull al eens tot ‘het Diner’. Er wordt gezicht naar échte smaakmakers van marketing, en soms daarbuiten.

Door de beperkingen die de coronacrisis met zich meebrengt was een dergelijke bijeenkomst niet mogelijk, dus werd gekozen voor een geheel ándere online meeting, waarbij de auteurs van het onlangs verschenen Marketingfacts Jaarboek een hoofdrol speelden. Met ruim dertig deelnemers, waaronder zes auteurs van het Jaarboek gingen de CMO’s in gesprek over dé topics van het moment met dé specialisten van het moment. Zoals te doen gebruikelijk werd het openingswoord verzorgd door de NIMA-directeur zelf. Kirsten Andres wees er onder meer op dat komende periode hét moment van de waarheid wordt voor veel marketeers die hun organisatie door de lastige complicaties van de coronacrisis kunnen leiden. Merkschrijver Rob Revet – zelf verantwoordelijk voor het hoofdstuk over merkmanagement – trapte het inhoudelijk deel af met een presentatie waarin hij onder meer de ‘stand van de staat van het merk’ ter sprake bracht en ook verwees naar het belang van kennis over marketing zoals die onder meer door instituten als het SWOCC en NIMA bijeen worden gebracht.

Pragmatisch
Beate van Dongen & Michel van der Wal die het hoofdstuk Customer Experience schreven brachten stellingen naar voren rond de rol van merkwaarden in de klantervaring en de (on)bruikbaarheid ervan voor medewerkers. Vladimir den Baars, schrijver van de Special Topic over Neuromarketing, bracht de waarde van emotie in adverteren tijdens de coronacrisis ter sprake. Marketingfacts-hoofdredacteur Jeroen Mirck, die als auteur van het hoofdstuk over Advertising deelnam, poneerde de stelling dat advertisingbudgetten voor grote delen zullen vervallen – ook nog in komend najaar – vanwege de heroriëntatie op de markt en marketing die veel merken doormaken. Jos Govaart en Aart Lensink probeerden de stelling uit dat de verschillen tussen wat we opvatten als reclame en als contentmarketing verder zullen vervagen. Een en ander leidde tot een levendige discussie waarin de marketeers vanuit hun kennis en ervaring reflecteerden op de ideeën die de auteurs van het Jaarboek voor hun bijdragen hadden verzameld. Geheel in lijn met de redelijk uitdagende situaties die samenkomsten via videobellen geregeld met zich meebrengen liet de techniek nog af en toe verstek gaan, maar daar werd snel een mouw aan gepast, of om het in de woorden van een deelnemer te zeggen: ‘We zijn redelijk pragmatisch ingesteld, dit gaat goedkomen.’ Dat bleek.