5 neuromarketing do’s & dont’s om duurzaam gedrag te stimuleren

Het stimuleren van duurzaam gedrag is belangrijk, maar hoe doe je dat? En wat moet je vooral niet doen? Ontdek het in deze 5 neuromarketing do’s & dont’s. Doe niet aan bangmakerij, maak het gemakkelijk en maak het persoonlijk.

Maak mensen niet bang als het gaat om global warming

Dat gobal warming een issue is waar de gehele mensheid zich mee bezig zou moeten houden is duidelijk. Maar hoe laat je alle neuzen dezelfde kant op wijzen?

Belangrijk is niet alleen te focussen op het probleem, en hoe groot dat is, maar ook handelingsperspectief bieden in de vorm van een oplossing. Het werkt averechts wanneer je mensen alleen maar wijst op alle negatieve aspecten en ze bang maakt voor wat er allemaal gebeurt en komen gaat.

Dit artikel is geschreven door Martin de Munnik en verscheen eerder op

[interview] ‘We hebben nog lang niet alle antwoorden, maar er wordt wel ontzettend veel onderzoek naar gedaan’

Neuromarketingtechnieken geven inzicht in de vaak onbewuste en emotionele invloed van marketing. Deze kennis maakt het makkelijker om consumentengedrag te voorspellen en wordt marketingcommunicatie efficiënter en effectiever. Tijdens de nieuwe NIMA Masterclass Neuromarketing – De Invloed van Communicatie in het Brein, krijg je een introductie in neuromarketing & -onderzoek en wordt er verder gekeken naar gedragspsychologie. Hoe zorg je ervoor dat mensen gewenst gedrag vertonen? Met welke essentiële factoren met je rekening houden?

Walter Limpens, bedrijfskundige, psycholoog  en co-founder en marktonderzoeker bij Neurensics brengt je helemaal op de hoogte van de technieken die worden ingezet in neuromarketing. Maar eerst stelden we hem 4 vragen.

Wat is het slechtst begrepen onderdeel van jouw expertisegebied. Welk vooroordeel, welke denkfout lijkt ie-de-reen te maken?
Wij marketeers zijn heel betrokken en bevlogen bezig met marketing en communicatie. We kijken aandachtig naar reclames. Denken er beter over na dan de gemiddelde consument. En zijn vaak in de veronderstelling dat iedereen op die manier met marketingcommunicatie omgaat. Maar niets is minder waar. Gedragswetenschappelijk onderzoek laat zien dat marketing vluchtig, snel en niet rationeel wordt verwerkt. Marketeers moeten van deze kennis gebruik maken. Probeer klanten niet te overtuigen met het geven van goed doordachte argumenten, maar houd rekening met de zogeheten Systeem 1 verwerking van mensen: wat is de automatische reactie van mensen? Welke emoties worden er geactiveerd? En hoe maak je het gewenste gedrag zo simpel mogelijk? Dat is iets waar nog heel veel op te winnen valt in ons vakgebied.    

Iedereen heeft een redeloze, beetje persoonlijke merkvoorkeur. Een merk/marketingbedrijf waar je van houdt, of een zwak voor voelt. Dat bijna niets hoeft te doen om jou enthousiast te krijgen. Welke is dat (zijn dat) en waarom?
Ik heb niet zozeer een zwak voor een specifiek merk, maar wel voor een categorie: boekenwinkels. Waar ik ook ben, ik moet altijd even naar binnen om te kijken of er iets interessants te vinden is.

Wat fascineert jou momenteel het meest in het marketingvak (theorie, praktijk, discussies die lopen)
Voor mijn werk, maar ook uit persoonlijke interesse, ben ik altijd bezig met de werking van marketingcommunicatie. Hoe werkt het? En hoe kunnen we van die kennis gebruikmaken? We hebben nog lang niet alle antwoorden, maar er wordt wel ontzettend veel onderzoek naar gedaan. En dat maakt het leuk, want met die kennis kunnen we marketing effectiever én efficiënter maken. Een interessant thema dat momenteel veel aandacht krijgt is het lange termijn effect van merken. En de rol die creativiteit daarin speelt. Hier komt kennis over het geheugen, informatieverwerking, beïnvloeding en dus creativiteit samen. Ook hier geldt dat we al veel weten, maar nog lang niet alles.

Op 12 mei staat de hernieuwde NIMA Masterclass Neuromarketing in 1 dag plaats, waarom mogen de (merk)marketeers van nu deze class niet missen?
We staan een dag lang stil bij de plek waar marketing haar werk doet: het brein van de consument. Je komt te weten hoe het brein werkt, hoe we hier de invloed van marketing kunnen meten én je doet gedragsinzichten op die je als marketeer meteen kunt inzetten.  

De Masterclass: Neuromarketing – De Invloed van Communicatie in het Brein start 12 mei.
Bezoek de pagina van Masterclass: Neuromarketing voor meer informatie en/of inschrijving.

[interview] ‘Iedere marketeer moet zijn principes kunnen dromen.’

Aandacht is het nieuwe goud in marketingland. In de steeds groeiende informatiestroom kun je met kennis over de werking van het brein tot de essentie komen. Relevant blijven. Maar hoe pak je die aandacht en houd je hem vast?  En de volgende stap, hoe stuur je de aandacht naar gewenst gedrag?

Tijdens de nieuwe NIMA Masterclass: Verhoog je Conversie met Neuromarketing, van Martin van Kranenburg, leer hoe je met neuromarketing bewust het (on)bewuste brein kan sturen naar gewenst gedrag. Maar eerst stelden we Martin vijf vragen.

Wat fascineert jou momenteel het meest in het marketingvak (theorie, praktijk, discussies die lopen)
‘Wat mij het meest fascineert aan marketing is hoe je met zo min mogelijke out of pocket kosten zoveel mogelijk impact kan maken. Je verhaal moet kloppen. De belangrijkste pagina’s van je website moeten niet goed, maar extreem goed zijn. Je nieuwsbrieven zijn pareltjes die mensen gretig maken om met jou zaken te doen en met niemand anders.      

Het meest fascinerende is om een product/dienst in de markt te zetten die in de essentie niet afhankelijk is van advertentie uitgaven. Je product/dienst zou zo goed moeten zijn dat het gaat ‘rondzingen’ in de markt. Dat is in mijn optiek de essentie van marketing. Dit is waar je maximaal voor wilt gaan.

Als je een markt moet ‘veroveren’ met hoge marketingbudgetten en kortingen. Hmm, dan sla je de plank mis volgens mij. Marketing is altijd denken: waar hebben mijn klanten nu écht behoefte aan? Hoe kan jij ze voor een normale prijs die waarde bieden? Hoe kan jij ze blijven faciliteren? En nieuwe producten/diensten toevoegen die vanuit de markt worden gevraagd, in plaats van wat jij interessant of leuk vindt om te maken. De essentie van marketing draait niet om jou als ondernemer, maar gaat over de oplossingen die jij kan bieden én wat jou daarin uniek maakt.

Wat is het slechtst begrepen onderdeel van jouw expertisegebied. Welk vooroordeel, welke denkfout lijkt ie-de-reen te maken?
Hmm. Persoonlijk zie ik twee denkfouten die bijna iedereen lijkt te maken.

De meest gemaakte fout is dat bedrijven en marketeers niet structureel met klanten praten. Als je niet structureel minimaal een keer per kwartaal met ten minste vijf klanten je website doorloopt, gaat het mis. Je ziet het zelf niet meer. Het is ongelooflijk dat elke keer als we in trainingen deelnemers naar elkaars (mobiele)site, app of nieuwsbrieven laten kijken, ze binnen 15 minuten twee kantjes vol met bevindingen op hebben geschreven van wat beter zou kunnen. Wees de meest kritische gebruiker van je eigen website en leer structureel door de ogen van anderen te kijken. Als je dat kan als marketeer en consequent in je agenda zet, gaat die conversie bijna als vanzelf omhoog.

Het tweede meest onderschatte element is copywriting. ‘Ik heb niet zoveel met tekst. Ik besteed het altijd uit’ zei een senior online marketeer laatst op een event. Maar ja, wie beoordeelt er dan of de tekst goed genoeg is? Uit onderzoek blijkt keer op keer dat tekst de belangrijkste aanjager is voor meer conversie. En jij hebt daar niet zoveel mee? Hmm, bijzonder.

Het gaat er niet om dat je zelf alle teksten van je website, blogs, mailings schrijft. Het is wel essentieel dat jij als marketeer of ondernemer snapt hoe je een tekst beoordeelt. Jij bent tenslotte verantwoordelijk voor het succes van de campagne, de hoogte van de conversie.

Welk bedrijf/merk heeft het wat jou betreft echt begrepen, als we het hebben over conversie optimalisatie (i.c.m. neuromarketing) en waarom?
Het merk dat er wat mij betreft echt bovenuit springt is Rituals. De website is clean. Rustig, helder en overzichtelijk design. Slimme focus op ‘membership’. Niets opdringerigs aan. Geweldig ook hoe ze alle ruis en onnodige informatie in de checkout weghalen. Ze sturen maximaal op ‘gewenst gedrag’ en elimineren zoveel mogelijk ruis in alle stappen van de funnel. Oh ja, en als je als Rituals member nog voor 25,10 euro extra koopt dan zie je je cadeau al klaar staan. Magisch goed op een fijne manier.

De komende vijf à tien jaar overdenkend: Op welk (vak)deelterrein wil je jezelf nog scholen? Welke kennis of competentie ga je aanleren of oppakken?
Oh, op zoveel nog. Over het brein raak je nooit uitgeleerd. Wat ik nog wil leren? Ik ben jaloers om mensen die prachtige visuals kunnen maken. Hier wil ik mij zeker nog verder in scholen. Ik heb ook een aantal boeken over visual thinking gekocht en een aparte tekentablet hiervoor aangeschaft. Zo leuk om te doen. Ben er nog lang niet, maar het werkt ook een soort van therapeutisch en helpt mij persoonlijk om alle ideeën terug te brengen tot de kern.

Welk boek, welk artikel, welke presentatie op YouTube zou je iedereen in het vak aanraden en waarom?
Tja, dat kan niet anders dan het meest recente boek van Cialdini. ‘De zeven geheimen van het overtuigen’. Ik vind dat iedere marketeer zijn principes niet moet kennen, maar moet kunnen dromen. En kunnen vertalen naar tekst en design. Ik hoor nog wel eens ‘ach die principes van Cialdini, er zijn er toch veel meer’. Klopt. Maar uit een analyse uit van meer dan 6.700 online experimenten blijkt dat de bewezen principes van Cialdini in de Top van meest impactvolle testen staan. Ga daar dan ook structureel mee beginnen. En zie het niet als een trucje. Je totale verhaal en je totale marketing moet kloppen. Pas dan gaat het echt voor je werken.

Wil je meer weten of je direct inschrijven voor de NIMA Masterclass: Verhoog je Conversie met Neuromarketing?

De zin en onzin van neuromarketingtechnieken

Door Martin de Munnik

In gesprek met de MOA over een mogelijkheid om tot een accreditatie voor neurobureaus te komen, bedacht ik me dat het een goed idee zou zijn om eens alle neuromarketing-technieken op een rijtje te zetten en de zin en onzin ervan te benoemen. Wat is nepneuromarketing en wat niet?

Het heeft even geduurd, maar steeds meer marketeers zien de meerwaarde in van impliciete marketingstudies als het gaat om het voorspellen van consumentengedrag. Toch is er nog veel onduidelijkheid over de verschillende technieken, over de mate van betrouwbaarheid, over de statistiek achter de studies en welke technieken welke vragen beantwoorden. Begrijpelijk, want veel van deze technieken zijn complex en nieuw.

Als iemand het over neuromarketing heeft, bedoelt hij vaak neuromarketing-onderzoek: het toepassen van breinmeting-technieken om het gedrag van consumenten te begrijpen en uiteindelijk te voorspellen. Op het grote verschil hiertussen, kom ik nog op terug.

Eerst even over neuromarketing – als je erover nadenkt is het een pleonasme

erst even over neuromarketing – als je erover nadenkt is het een pleonasme. Marketing is het beïnvloeden van consumentengedrag en dat gebeurt vanzelfsprekend in het brein. In die zin is neuromarketing zo oud als marketing zelf. De beïnvloeding van dit gedrag gebeurt door het activeren van zo veel mogelijk zintuigen. De geur van afbakbrood bij de supermarkt, het spelen met de verlichting en muziek in boetieks of het houden van een proeverij of sampling, zijn voorbeelden van neuromarketing, net zoals een commercial, banner of advertentie dat is. Vandaar ook dat NIMA veel liever praat over ‘Brein en Gedrag’. Dus waar we het hier over willen hebben, is het doen van onderzoek naar consumentengedrag dat in de wandelgangen neuromarketing wordt genoemd.

Direct of indirect

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, veel onderzoeksmethodieken die onder neuromarketing geschaard worden zijn dat niet.

In de theorie is er alleen sprake van een neurometing wanneer er rechtstreeks in het brein wordt gemeten. Dat kan in volgorde van kracht, met fMRI, met EEG en met fNIRS. De eerste meet het gehele brein dus ook de dieper gelegen delen waar gedragsoverweging plaatsvindt, maar is niet nauwkeurig in de tijd. Zeer geschikt dus voor het voorspellen van gedrag en ervaren hoe dit tot stand is gekomen, maar lastiger om te bepalen in welke seconde van een commercial iets heeft plaatsgevonden.

EEG is zeer tijd-nauwkeurig maar meet alleen de bovenlaag van het brein. Zo kan je in een fractie van een seconde zien of er aandacht is en hoe soepel informatie verwerkt wordt, maar krijg je weinig informatie over voorkeuren, emoties of leesprocessen. Niets meer, maar zeker ook niets minder.

Veel onderzoeksmethodieken die onder neuromarketing worden geschaard zijn dat niet

De derde, fNIRS zit daar wat tussenin, het meet met infrarood dieper in het brein gelegen gebieden, maar geen complete neurale netwerken zoals fMRI dat doet.

In de praktijk worden ook impliciete associatietesten, facial coding, biometrics en eye tracking onder de noemer neuromarketing geschaard. Maar dit zijn metingen van reacties op activiteiten die eerder in het brein – voor het gemak even het onbewuste brein – hebben plaatsgevonden, wat dus hetzelfde is als een expliciete reactie op basis van een vragenlijst. Net als een antwoord is een lach, een boze of verdrietige gezichtsuitdrukking, een uiting van gevoelens die zijn ontstaan door onbewuste emoties. Je meet dus de gevoelens achteraf, maar niet de emoties die daartoe hebben geleid.

Lees dit artikel verder op

Eén-plus-één-gratis. Pijn in het brein

Wat blijkt uit onderzoek? Merken worden door acties beschadigd. Hoe krachtiger de actie, hoe groter het effect op het merk. Maar nu kunnen we ook ontdekken welke actie een merk het meest schaadt!

Wij Nederlanders mogen dan bekend staan om onze gierigheid en het najagen van koopjes, maar op de keper beschouwd geldt dat voor ieder mens. Diep in ons brein zit een systeem dat de waarde van een product of dienst afzet tegen de prijs die we ervoor moeten betalen. Volgens de traditionele economische theorie kiezen consumenten dan voor de laagste prijs wanneer zij een directe keuze moeten maken tussen verschillende merken die een vergelijkbaar product aanbieden.

Nespresso-cupjes
Maar steeds meer gedragsonderzoek laat zien dat psychologische factoren de koopbeslissing kunnen beïnvloeden, waardoor consumenten de producten kopen van duurdere merken zonder dat er een significant productspecifiek voordeel te halen is (1). Blijkbaar wordt in die grotendeels onbewuste waardering niet alleen de financiële waarde meegewogen. De meest belangrijke andere waarde voor dergelijk irrationeel gedrag is de kracht van het merk. Uitzonderlijke merkimago’s leiden tot loyale klanten of tot klanten met een verhoogde betalingsbereidheid (2).

Voor veel bedrijven is een sterk merkimago dan ook een fundamentele pijler van het succes op lange termijn. Denk eens aan premiummerken als Apple en Nike. Of aan Red Bull die twee keer zoveel geld kan vragen voor een blikje fris dan Coca-Cola dat kan. De winnaar van dit geldspel is Nespresso die, als je de koffie van de cupjes in een vacuüm getrokken plastic zak giet, zes keer duurder is dan Douwe Egberts.

Lees het gehele artikel op

Meer weten over neuromarketing? Bekijk dan onze community Brein en Gedrag.

Neuromarketing is dood, de doorbraak is definitief


Op de officieuze verjaardag van neuromarketing in Nederland werd na tien roemruchte jaren de balans opgemaakt over het verleden, heden en de toekomst van brein- en gedragsonderzoek ten behoeve van marketing. Het is bepaald nog geen mainstream marketingspecialisatie, maar een beetje vakvolwassen marketeer weet inmiddels wel wat er te koop is. En waar. Wát je precies kunt – en niet kunt – wordt de specialisten van het eerste uur zelf inmiddels ook duidelijker. Maar dat hele begrip, daar moeten we vanaf.

En we willen er ook direct vanaf zijn wannéér het woord of begrip ‘neuromarketing’ voor het eerst werd gebruikt, maar feit is dat een artikel in The New York Times een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ophef die eigenlijk al vanaf dag één aan het fenomeen kleeft. ‘If Your Brain Has a “BuyButton”, What Pushes It?’ luidde ruim vijftien jaar geleden de ronkende titel en daarmee begon het gezeur dat ook op Marketingfacts geregeld leidde tot heftige discussie en polemiek. De koopknop. De heilige graal van marketeers en de gruwel van ethici, al dan niet zelfbenoemd, werkt als een rode lap op een stier.

Lees dit artikel op

(Interview met Vladimir den Baars) ‘Waarom neuromarketing momentum heeft’

Neuromarketing, of misschien beter ‘marketing waarbij gebruik wordt gemaakt van inzichten uit neurowetenschap’ heeft momentum. Events en classes zitten vol, de discussie is levendig. En werpt nieuwe vragen op. Als je erbij stilstaat dat we minstens 95% van onze beslissingen onbewust maken, betekent dat dan dat de rationele consument niet bestaat? Hoe werkt het beslissingsproces? Wat heb je er als marketeer aan om dat te weten? Kun je dat in de praktijk toepassen en hoe? Vladimir den Baars is bestuurslid bij de de NIMA Neuromarketeers, één van de bedenkers van ‘Innovaties en het consumentenbrein’ en licht toe waarom neuromarketing volgens hem blijft groeien en boeien: “Voor de acceptatie van neuro-onderzoek zijn uitleg, consistentie, benchmarking en validaties natuurlijk wel van belang: marketeers moeten vertrouwen kunnen hebben in de methodiek.”

Lees dit artikel op

(Spreker NIMA Neuromarketing – Wilte Zijlstra) ‘Niet A/B-testen is pas echt onethisch’

Marketeers krijgen steeds meer hulpmiddelen om hun goederen en diensten aan te bieden. Denk aan gebruik van Big Data en online experimenten, maar ook aan MRI en andere neuromarketing-technieken, op zoek naar de koopknop in ons hoofd. En behavioral economics geeft inzicht in menselijk gedrag en onze valkuilen; meer wetenschappelijk onderbouwde kennis die ouderwetse verkopers bekend zal voorkomen. Bij een NIMA inspiratiesessie betoogde ik dat het onethisch kan zijn om geen testen en experimenten te doen. Waarom vind ik dat? En waarom vindt een financiële gedragstoezichthouder experimenten als instrument zo belangrijk? 

Door Wilte Zijlstra*

Op 11 april was er de inspiratiesessie georganiseerd door de NIMA Neuromarketing Community: Hoe ver kan, wil en mag je als marketeer gaan met neuromarketing? Uit de aankondiging: “Door toenemende kennis van de werking van het brein in relatie tot (consumenten)gedrag, begrijpen we steeds beter hoe keuze processen zich vaak op onbewust niveau afspelen; we worden door andere zaken gedreven dan we soms zelf denken. Doordat we beter begrijpen hoe gedrag tot stand komt, zijn we ook steeds beter in staat keuzes te beïnvloeden.”

Ik was daar een van de sprekers. Andere sprekers waren Ronald Voorn (Hogeschool Utrecht en Universiteit Twente), Martin de Munnik (Neurensics), Stan Veldkamp (Pennock & Postema), Marc van der Steeg (Ministerie OCW), en Paul de Heer (Guideology). Iedere spreker in verzorgde een inleiding over een stelling. Mijn stelling luidde: Het is onethisch om geen experimenten te doen (experimenten hier kunnen ook A/B-testen zijn).

Voordat ik mijn argumenten uiteen zet, waarom en hoe doet de Autoriteit Financiële Markten (AFM) iets met experimenten?

Eerlijk

Bij de AFM werk ik binnen het Expertisecentrum in het team Consumentengedrag en ondersteun zo de missie: “De AFM maakt zich sterk voor eerlijke & transparante financiële markten. Als onafhankelijke gedragstoezichthouder dragen wij bij aan duurzaam financieel welzijn in Nederland.” Dit doen we door risico-gestuurd problemen op te lossen. Psychologische inzichten gebruiken we als onderdeel van toezicht om gedrag van spelers (ondernemingen en consumenten) op de markt te beïnvloeden en we houden rekening met het daadwerkelijke gedrag van consumenten.

Meer kennis van het gedrag van consumenten helpt de AFM bij het in kaart brengen van risico’s en de keuze voor welke acties ondernomen moeten worden. Daarmee versterkt het de effectiviteit van het toezicht, zodat we komen tot een eerlijke markt voor bijvoorbeeld lenen, sparen, beleggen, of verzekeren. Dus hoe kunnen we Nederlandse (financiële) consumenten het beste beschermen?

AFM en experimenten

We gebruiken experimenten om de effectiviteit van interventies te bepalen en stimuleren financiële ondernemingen die onder ons toezicht staan ook om experimenten te gebruiken in het belang van de klant. Interventies bedoel ik hier heel breed: formele maatregelen zoals boetes zijn interventies, net als informele maatregelen zoals (norm-overdragende) brieven, advertenties of rondetafelgesprekken, maar ook hoe beslisomgeving is vormgegeven (bijvoorbeeld de klantreis op een website), zie ik als interventie.

Natuurlijk zijn er ook andere manieren om de effecten van interventies te bepalen (zie hier bijvoorbeeld voor effectmeting van toezichtinterventies), en er kunnen praktische of andere bezwaren zijn om geen experimenten te doen. Maar voor belangrijke onderwerpen waarbij het mogelijk is, strekt een randomized controlled trial zeker tot aanbeveling.

Zo hebben we samen met het Verbond van Verzekeraars een kort filmpje gemaakt over consumentengedrag en de zeven stappen voor een betrouwbaar gedragsexperiment.

In het blad Pensioen en Praktijk schreven we het stuk ‘Experimenteer om pensioendeelnemers te activeren. Wet en wetenschap bieden mogelijkheden‘. Voor het Amsterdam Behavioral Sciences Netwerk heb ik een uitgebreidere presentatie gehouden over wat ons team doet. De AFM heeft veldexperimenten gedaan naar de kredietwaarschuwingszin, activatie van mensen met een aflossingsvrije hypotheek, en telecomkrediet. Maar ook een A/B test voor waarschuwingen tegen phishing.

Beïnvloedingstechnieken

Er is al veel bekend over welke beïnvloedingstechnieken effectief kunnen zijn. Bijvoorbeeld EAST (Easy, Attractive, Social, Timely) van het Engelse Behavioural Insights Team, of de bekende zes technieken van Cialdini. Alleen: context doet er ook toe en deze tips werken niet per se altijd. Om te voorkomen dat je iedereen de verkeerde interventie geeft, is het belangrijk om te testen welke interventie wel of het beste werkt. Want hoe weet je anders wat werkt?

Een interventie is in dit geval weer een brief, een advertentie, maar ook een bepaald beleidsprogramma, of een boete of beloning.

Soms werkt boete averechts

Bij een experiment krijgt een deel van de deelnemers misschien wel een minder goede oplossing, maar zonder experiment krijgt iedereen misschien wel de verkeerde interventie toegediend. Een beroemd experiment met Israëlische kinderdagverblijven laat bijvoorbeeld de averechtse effecten van een boete zien; na invoering van een boete werden er meer kinderen te laat opgehaald van de crèche. Dus zelfs een boete kan soms de verkeerde interventie zijn. Wat je leert van de test kan je weer toepassen bij andere interventies. Op die manier word je steeds effectiever.

Uiteindelijk gaat het om evidence-based policy, niet om policy-based evidence. “When the facts change, I change my mind. what do You do, Sir?” is een relevant citaat, dat vaak aan econoom John Maynard Keynes wordt toegeschreven. Graag beslissingen op basis van feiten, niet van een HiPPO (Highest Paid Person’s Opinion).

Moreel kompas

Natuurlijk speelt er wel een moreel aspect bij het testen van bijvoorbeeld (digitale) marketing. In een blog daarover schreef ik eerder: “Testen en experimenteren zijn een uitstekende manier om steeds beter aan de klantbehoefte te (blijven) voldoen en daarbij ook de commerciële doelstellingen te behalen. Maar de conversie-optimalisatie kan daarbij niet alleen eenzijdig gericht zijn op meer verkoop. Een goed moreel kompas is daarbij onontbeerlijk.” Verlies dus het (lange termijn) klantbelang niet uit het oog.

Die blogpost leidde trouwens tot een kleine Twitter-discussie met een stelling die mij inspireerde: “Niet A/B-testen is pas echt onethisch” (dank Bart Schutz). Die dubbele negatief is wat prikkelender en goed voor het debat. Want “experimenteren is ethisch”, is voor mij net zo waar.

Een van de andere sprekers tijdens de sessie, Ronald Voorn, heeft het boek ‘Voodoo Marketing‘ geschreven (“de geheime trucs om mensen te verleiden”). Over A/B-testen schrijft hij:

Deze testen worden ingezet zonder consumenten daar duidelijk toestemming voor te vragen. Op deze manier worden miljoenen Nederlanders ieder jaar aan experimenten onderwerpen zonder dat zij dat weten. Indien het met gebruiksgemak te maken heeft, is er geen schade. Maar als het tot een koop leidt dan is het zeker een vorm van voodoo-marketing” (p.115-117).

Voorn vindt testen vooral voodoo-marketing en geen good do-marketing, omdat de methode verborgen is, en niet transparant.

Emotie-besmetting

En er zijn ook recente voorbeelden van A/B-testen die tot veel morele ophef hebben geleid. Bijvoorbeeld het Facebook-onderzoek naar emotional contagion: Facebook varieerde de hoeveelheid positieve of negatieve berichten die bepaalde gebruikers te zien kregen, en concludeerde: “Emotions expressed by others on Facebook influence our own emotions”. De afkeurende reacties waren niet van de lucht: “bad research methods” en “Facebook’s Secret Mood Manipulation Experiment It was probably legal. But was it ethical?“.

Omdat er geen opt-outmogelijkheid was bij het experiment, sprak de editor wel zijn bezorgdheid uit. Maar ook: “[The work] was consistent with Facebook’s Data Use Policy, to which all users agree prior to creating an account on Facebook, constituting informed consent for this research.” Kortom: iedereen had wel toestemming gegeven (maar zie ook de Crisis of Consent).

Impopulaire maatregelen                                           

Eind 2018 verscheen er onderzoek naar de vraag: Waarom zijn experimenten niet populair? (Critical Condition: People Only Object to Corporate Experiments If They Object to a Condition). In een van de deelstudies werd expliciet gekeken naar de Facebook-studie die ik hierboven beschrijf. De conclusie is dat er niet zozeer verzet is tegen experimenten, als wel tegen onacceptabele interventies. “Experiments are not unpopular, unpopular policies are unpopular”, is de korte samenvatting.

Een ander recent onderzoek naar 575 websites die met Optimizely A/B-testen deden, concludeerde: “We do not observe any websites engaging in overtly unethical behavior in our dataset.”

Verder lijken (semi)overheidsorganisaties nog meer onder het vergrootglas te liggen, bijvoorbeeld in het RMO rapport ‘De verleiding weerstaan‘. Persoonlijk vind ik daar het stuk ‘Manipulated as a Way of Life‘ een mooi antwoord op: “We need to be more willing to manipulate for the good”.

Uiteindelijk zijn nudges, gedragsbeïnvloeding, en experimenten en A/B-testen allemaal instrumenten om een doel te bereiken. Wanneer dat doel goed is, zoals het meer centraal stellen van het klantbelang, dan kunnen experimenten een belangrijke bijdrage leveren aan eerlijke financiële markten.

* Wilte Zijstra is Supervision Officer bij Autoriteit Financiële Markten

 

 

De presentatie van Wilte Zijlstra van 11 april bekijk je hier.

 

(NIMA Debat 11 april) Neuromarketing en ethiek: nieuwe wijn in oude zakken?

Door de snel toenemende kennis van de werking van het brein zijn we steeds beter in staat om consumenten een bepaalde richting in te sturen, zonder dat die consument zich daar bewust van is en zich ertegen kan weren. Hoe ethisch is neuromarketing? En hoe ver kan en mag je daarin gaan? Het is tijd om er een goed gesprek over te voeren.

Na een drietal verdiepende inspiratiesessies, die de NIMA Neuromarketing Community in 2018 georganiseerd heeft, trappen we in 2019 af met een sessie op het scherpst van de snede; het dilemma tussen ethiek en neuromarketing.

Aanwezig zijn bij dit debat over Neuromarketing en Ethiek? Klik hier voor meer informatie

Als bestuur van de NIMA Neuromarketing Community zijn we van mening dat het de hoogste tijd wordt voor een goed gesprek. Neuromarketing is nieuw en hot, ethiek bestaat al zeker tweeënhalfduizend jaar en is wellicht wat minder hot, maar als beroepsprofessional ontkom je er niet aan zelf ook eens kritisch na te denken en een standpunt in te nemen. Hoewel ethische overwegingen bij elke marketingactiviteit of -campagne een rol (zouden moeten) spelen, speelt dit binnen de neuromarketing misschien nog wel meer. Immers, hierbij gaat het om onbewuste beïnvloeding van consumentengedrag.

Hoe ver mag je gaan bij het inzetten van neuromarketing? Welke grenzen leggen organisatie en individuele marketeers zich daarbij op? Is regulering noodzakelijk; en zo ja, wie is daarvoor verantwoordelijk? Laten we in ieder geval beginnen bij onszelf en binnen de branche, want zelfregulatie is nog altijd te verkiezen boven wetgeving van buitenaf.

Lees dit artikel op